ABRAHAM ORTELIUS EN ZIJN VRIENDENKRING

Toen Stef en ik begonnen aan de research voor Wildevrouw, was het snel duidelijk dat we Abra(ha)m Ortels beter bekend als Abraham Ortelius (1527-1598) een belangrijke rol wilden geven in de roman. De cartograaf en handelaar in prenten was immers …

Toen Stef en ik begonnen aan de research voor Wildevrouw, was het snel duidelijk dat we Abra(ha)m Ortels beter bekend als Abraham Ortelius (1527-1598) een belangrijke rol wilden geven in de roman. De cartograaf en handelaar in prenten was immers een man die een uitgebreid netwerk had en voor een romanschrijver is zoiets uiteraard handig: aardig wat personages kunnen door hem worden geïntroduceerd en de manier waarop hij de gebeurtenissen om hem heen beschouwde was ook enigszins bekend door de brieven die hij heeft geschreven.

Ortelius was er bijvoorbeeld bij in 1566 tijdens de beeldenstorm in de Onze-Lieve-Vrouwekerk en schreef in een brief over de ‘wonderlyck onghelovige’ taferelen die hij daar had meegemaakt. De vernielers van de beelden en de schilderijen noemt hij ‘hoere en boeve’. Zijn grote kennis en nieuwsgierigheid wat zowel het verleden als de fascinerende, op dat moment nauwelijks ontgonnen werelden buiten Europa betreft, maakt van hem een gids, een historisch personage waar we in zekere zin vrij dicht bij kunnen komen. Hij verkocht kaarten, boeken en antiek en reisde veel in Europa en ging bijvoorbeeld vier keer naar Italië, waarvan allicht twee keer met Joris Hoefnagel. Met zijn vriend en leermeester Mercator maakte hij een reis door Frankrijk. In 1570 bracht Ortelius de Theatrum Orbis Terrarum uit, gesponsord door Gilles Hooftman. Dit was de allereerste atlas waarbij hij verschillende kaarten verzamelde, ze logisch en handig rangschikte en van commentaar voorzag.

Zijn vrienden omschreven hem als een ‘antiquaar’ vanwege de verzameling die hij in de loop van de jaren bijeen bracht.

In Gelukkige Stad schrijft Jan Lampo:

Na 1550 treden ook echte verzamelaars aan die behoren tot de intellectuele elite. Velen zijn magistraten met de ambitie door te stoten naar de adel. Hun collecties omvatten echter niet alleen schilderijen. Ze verzamelen ook prenten en tekeningen, Griekse en Romeinse munten, eigentijdse gedenkpenningen, uitheemse schelpen, gesteenten en andere ‘wonderen van de natuur’. In hun ‘museum’ of studeerkamer annex bibliotheken brengen geleerden soms een kleine collectie bijeen die hun boekenbezit aanvult. Archeologische voorwerpen, ingevoerd of uit de Nederlanden zelf, boeien humanisten en historici. Deze liefhebbers van oudheden noemt men ‘antiquaren’ – een wat dubbelzinnige vertaling van de Engelse term ‘antiquary’ die ook ‘antiekhandelaar’ betekent. Hun belangstelling voor bodemvondsten is groot. De betekenis van oude artefacten is dan al tamelijk verbreid bij intellectuelen die de waarde en de betekenis ervan begrijpen. (…) De bekendste verzameling in Antwerpen is die van Abraham Ortelius.

De connectie met het Huis der Liefde is er uiteraard ook. Er duiken fascinerende mensen op in de vriendenkring van Abram Ortelius: kunstenaar Pieter Bruegel, de astroloog, mathematicus en magiër John Dee, de kunstenaar Joris Hoefnagel of de boekenverzamelaar Johannes Sambucus.

Het belang van die vriendschappelijke netwerken is een van de thema’s in Wildevrouw. Aardig wat inzichten vielen er te rapen in Erudite Eyes, Friendship, Art and Erudition in the Network of Abraham Ortelius van Tine Meganck:

The thirst for knowledge generated by the age of exploration produced a vast and as yet untapped market for the kinds of content Ortelius and his peers were likely to circulate. Ortelius participated in this market not only as a producer, but also as a sort of consultant avant la lettre, encouraging and advising other members and adjuncts of his far-flung network. In the first place this meant respecting the golden rule of lasting success in scholarship: “Publish or perish”. Ortelius was a master at combining this scholarly and artistic ideals with commercial prosperity.

Ortelius had zowel protestanten als hervormingsgezinde katholieken in zijn vriendenkring. Ik citeer opnieuw Tine Meganck:

Remarkably, many of Ortelius’ friends including Sambucus (…) had studied with Philip Melanchthon (1497-1560), the Protestant theologian from Wittenberg. Melanchthon’s philosophy of pieta eloquens, a synthesis of ecumenism, private piety, erudition and observation, resonated in the irenic circle of Ortelius, which included Protestants, as well as reformed Catholics.

De ‘irenic circle’ werd gevormd door mensen die uit waren op vrede. Op het web vond ik een handige definitie van het woord ‘irenie’ in een uitgave van de Christelijke Encyclopedie (1925-1935): van het Grieksche woord eirènè = vrede, geeft de wetenschap te kennen, die tracht te zoeken en in formuleering te brengen wat de tegenstrijdige theologische richtingen met elkander gemeen hebben. Irenisch is hij, die tusschen twee uitersten een verzoenend standpunt inneemt.

Met irenicisme worden een paar stromingen in de christelijke kerk omschreven. Het is eerder een wens of een houding ten opzichte van verscheuring en religieuze conflicten. Vooral in de tweede helft van de zestiende eeuw, een periode van toenemende religieuze spanningen die uiteindelijk in oorlogen uitmonden, neemt het verlangen naar een vorm van godsvrede toe. Bij iemand zoals Ortelius hoeft deze behoefte aan vrede geen verwondering te wekken. Op basis van wat we over hem weten is dit een houding die hem echt typeert.

Tegelijk, en misschien wat minder voor de hand liggend, is de kans groot dat Ortelius een apocalyptisch denker was. Zijn leermeester en vriend Mercator (Gerard de Kremer van Rupelmonde, 1512-1594) was dat in ieder geval, zo kwam ik te weten in de ongemeen boeiende biografie die Nicholas Crane over hem heeft gepubliceerd. In Mercator: The Man who Mapped the World wordt aangetoond dat Mercator er vanuit ging dat het Laatste Oordeel zou plaats vinden in het jaar 1588, eenenzeventig jaar nadat Luther zich op het wereldtoneel kenbaar maakte. Het zou ons te ver leiden om helemaal uit te leggen hoe hij juist op deze berekening is uitgekomen, maar er zijn genoeg aanwijzingen dat de door Tine Meganck aangehaalde Philip Melanchton, ooit medestrijder van Luther, gelijkaardige ideeën had en op hetzelfde jaartal was uitgekomen. Mercator was, net zoals Ortelius, een diepgelovig man die waarschijnlijk in het licht van die ‘definitieve’ datum zijn leven heeft ingericht. Ook in het werk van John Dee duikt apocalyptiek op. Zijn Monas Hiëropglypica is volgens Håkan Håkansson rechtstreeks verbonden met de profetieën van Joachim van Fiore (1135-1202), een Italiaans mysticus die bekend stond vanwege zijn apocalyptisch denken en in twee interessante studies over apocalyptiek – The Pursuit of the Millenium van Norman Cohn en The Great Year van Nicholas Campion – regelmatig opduikt als een belangrijke figuur die eeuwen lang invloedrijk is gebleken.

Ik leg hier nogal de nadruk op omdat ik vermoed dat dit apocalyptisch denken ook het werk van Pieter Bruegel grondig heeft beïnvloed. In haar boek over het schilderij De val van de opstandige engelen gaat Meganck dieper in op de woorden van Ortelius over zijn vriend Bruegel: hij die vele dingen schilderde die niet kunnen worden geschilderd. Apocalyps betekent letterlijk ‘onthulling’. In zekere zin zouden we die beschrijving van Ortelius van de kunst van Bruegel zelf als apocalyptisch kunnen omschrijven.

En in Wildevrouw is het thema van de onthulling, zowel over het persoonlijke zielenleven, als over het noodlot van de stad en het belang van vriendschap in de kern van het boek te vinden.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

Trackbacks and Pingbacks